
Dat zijn:
Niet alleen werkgevers in de horeca, maar ook zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers) met een horecabedrijf moeten dus hun inrichting rookvrij maken, behalve wanneer ze voldoen aan de vereisten om gebruik te kunnen maken van de uitzondering die hieronder staat vermeld. Dan mogen ze ervoor kiezen om het roken toe te staan.
Een dergelijke uitzondering is er niet voor beheerders van de andere vier soorten gebouwen.
Aan of bij de toegang van bovenstaande gebouwen moet met een goed leesbare tekst (of met behulp van een andere begrijpelijke aanduiding) 'roken verboden' of - indien wettelijk toegestaan - 'roken toegestaan' aangegeven zijn, welke regel binnen geldt. Bezoekers kunnen dan een bewuste keuze maken om al of niet bij een horeca-inrichting naar binnen te gaan.
Volgens het gewijzigde Besluit Uitvoering Rookvrije Werkplek (art. 3 lid 2) geldt de verplichting tot het instellen en handhaven van een rookverbod niet voor zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers) die een horecabedrijf hebben met slechts één horecalokaliteit, die volgens de vergunning een vloeroppervlak heeft dat kleiner is dan 70 m2.
Om aan de definitie van 'horecabedrijf' volgens dit Besluit te voldoen moeten de bedrijfsactiviteiten vrijwel uitsluitend bestaan uit het verstrekken van alcoholische drank voor gebruik ter plaatse.
Deze uitzondering is dus alleen van toepassing op kleine cafés. Niet op restaurants, snackbars, coffeeshops, eetcafés, cafetaria's, hotels, etc.
Onder de term 'personeel' vallen: werknemers, uitzendkrachten, stagiaires en ook vrijwilligers. Echtgenoten en geregistreerde partners vallen er niet onder.
Bij het invoeren van deze regels in 2008 heeft de minister een Handleiding voor bedrijven en instellingen in de horeca, kunst & cultuur en sport uitgegeven.
Daarin staat beschreven wat er van ondernemers en beheerders werd verwacht. En er worden een aantal praktische vragen in beantwoord.
In de bovenstaande gebouwen mogen één of meer rookruimten ingericht worden. Een rookruimte moet afsluitbaar zijn en worden aangeduid als rookruimte. Buiten de rookruimte mag geen hinder of overlast ontstaan door tabaksrook.
Het is niet toegestaan dat er iemand tijdens openingsuren in de rookruimte komt voor normale horecawerkzaamheden, zoals bedienen.
Ook in een rookruimte heeft een werknemer (bijvoorbeeld een schoonmaker) recht op bescherming tegen hinder of overlast van tabaksrook (Besluit Uitvoering, art. 2 lid 2). De VWA hanteert in de praktijk het standpunt dat er geen sprake is van hinder of overlast van roken door anderen als de rookruimte goed geventileerd is en er niet gerookt wordt.
De VWA kan de beheerder of uitbater van een gebouw een boete opleggen als de rookregels worden overtreden. De boete kan variëren van €600 voor de eerste overtreding tot maximaal €4.500 bij herhaling (vanaf 30-8-2011).
De VWA legt geen boete op aan rokende gasten of bezoekers. Als zij zich niet aan de rookregels van de eigenaar of zijn personeel houden, is er sprake van huisvredebreuk en kan de politie te hulp geroepen worden.
