
Voorbeelden van dit soort instellingen zijn: ziekenhuizen, wijkverenigingen, jeugdhonken, bibliotheken, theaters, bioscopen, scholen, verpleeghuizen. Ook sportclubs en allerlei andere verenigingen met een eigen gebouw moeten rookvrij zijn (schutterij, carnaval, harmonie).
Winkelcentra en andere publieke gebouwen.
Er mag niet gerookt worden in overdekte winkelcentra, evenementenhallen, congrescentra en luchthavens.
Het rookverbod in bijvoorbeeld een overdekt winkelcentrum geldt in de winkels en in de gemeenschappelijke ruimten, zoals pleinen, gangen en passages.
Ook de horecaterrassen in zo'n overdekt centrum moeten rookvrij zijn.
Rookruimten zijn wel toegestaan.
In al deze gebouwen is het roken wel toegestaan in afsluitbare, voor het roken aangewezen rookruimten. Op deze ruimten moet aangegeven staan dat het een rookruimte is. En de rookruimten mogen geen hinder en overlast geven buiten die ruimten.
Heeft u als bezoeker, bewoner of patiƫnt toch last van de rook dan kunt u een klacht indienen bij de Voedsel- en Waren Autoriteit.
