
STIVORO houdt in opdracht van de overheid precies bij hoeveel er in Nederland wordt gerookt. Dit gebeurt voor Nederlanders van 15 jaar en ouder via het Continu Onderzoek Rookgewoonten.
Tarquinia Zeegers
Het doel van het Continu Onderzoek Rookgewoonten (COR) is om het rookgedrag van Nederlanders van 15 jaar en ouder te monitoren en de ontwikkeling daarvan in de tijd te analyseren. Voorbeelden zijn actueel rookgedrag, huisartsenbezoek, (on)tevredenheid over eigen rookgedrag en houding t.a.v. rookverboden, stoppogingen en het gebruik van hulpmiddelen. Het onderzoek wordt niet alleen gebruikt als beleidsinstrument, maar ook als instrument om in te springen op de actualiteit. Wanneer bepaalde zaken rondom roken sterk in de belangstelling staan (bijvoorbeeld de rookvrije horeca), worden hier ook vragen over opgenomen in de COR-vragenlijst.
Sinds 1988 voert TNS NIPO dit onderzoek uit in opdracht van STIVORO. Wekelijks wordt er voor het Continu Onderzoek Rookgewoonten een representatieve personensteekproef getrokken. Per week vullen circa 350 personen de vragenlijst in. Op jaarbasis zijn dit zo’n 20.000 respondenten. De uitvoering van het onderzoek vindt plaats via de CAWI-methode (Computer Assisted Web Interviewing). TNS NIPO selecteert voor CAWI haar respondenten uit TNS NIPObase, een unieke database met ruim 200.000 respondenten. Door de omvang van TNS NIPObase en de rijkdom aan geregistreerde socio-economische, demografische, gedrags- en bezitskenmerken kan TNS NIPO voor elke doelgroep omvangrijke en representatieve steekproeven samenstellen. Met het Continu Onderzoek Rookgewoonten beschikt STIVORO over een schat aan informatie over de ontwikkeling van roken onder de Nederlandse bevolking.
Financiering: Ministerie van VWS
Uitvoering: TNS NIPO
Meer informatie: Interactieve website
Contactpersoon: Tarquinia Zeegers
De Roken Jeugd Monitor (RJM) biedt inzicht in het rookgedrag van jongeren (10 – 20 jaar oud) en de ontwikkeling daarvan in de tijd. Onderwerpen die de revue passeren, zijn: actueel rookgedrag, intentie tot roken, stoppogingen, verkoop van tabak, sociale normen rondom roken, imago van jongeren die (niet) roken en de aandacht die scholen besteden aan roken.
Sinds 1992 wordt dit onderzoek jaarlijks uitgevoerd door TNS NIPO in opdracht van STIVORO en worden zo’n 4.500 jongeren per jaar ondervraagd. Tot en met 1991 zijn de vragenlijsten afgenomen onder jongens en meisjes van 10 t/m 14 jaar. Vanaf 1992 is de steekproef uitgebreid met jongeren van 15 t/m 19 jaar.
Tot en met 1994 vond het veldwerk plaats in de nabijheid van scholen – dit om beïnvloeding te voorkomen. De gesprekken werden in principe steeds gevoerd buiten de aanwezigheid van ouders, verzorgers en leerkrachten om. Hierbij werd gebruikgemaakt van papieren vragenlijsten. Vanaf 1995 worden de vraaggesprekken op school gehouden met behulp van laptops. Naast de schoolgaande jeugd worden er ook jongeren die geen dagopleiding (meer) volgen ondervraagd.
Financiering: Ministerie van VWS
Uitvoering: TNS NIPO
Meer informatie: Interactieve website
Contactpersoon: Tarquinia Zeegers
Het SimSmoke simulatie model is in 1998 ontwikkeld voor de Verenigde Staten om de effecten van tabaksontmoedigingsbeleid te modelleren. Sinds die tijd zijn er voor meer dan 35 landen eigen modellen ontwikkeld, waarmee betrouwbare voorspellingen gedaan kunnen worden. In SimSmoke worden gegevens over de populatiesamenstelling en het tabaksontmoedigingsbeleid in een land gebruikt om het percentage rokers te modelleren. Met het gemodelleerde percentage rokers wordt het aantal tabaksdoden in een land berekend.
Om een SimSmoke model voor een bepaald land te ontwikkelen wordt zoveel mogelijk landspecifieke informatie gebruikt. Voor het Nederlandse model zijn gegevens gebruikt van het Centraal Bureau voor de Statistiek, STIVORO (het Continu Onderzoek Rookgewoonten) en de Wereldgezondheidsorganisatie. Het gaat bijvoorbeeld om gegevens over geboorte en sterfte in een land en over hoeveel mensen er beginnen met roken, stoppen met roken en weer terugvallen na het stoppen. Verder wordt informatie over het huidige tabaksontmoedigingsbeleid en het beleid in het verleden gebruikt en wordt vastgesteld in hoeverre het beleid wordt nageleefd in het betreffende land. Het effect van beleid op het percentage rokers wordt bepaald op basis van de wetenschappelijke literatuur over de effecten van tabaksontmoedigingsbeleid, ervaringen van experts (als er niet voldoende literatuur is) en modelvalidering. Het aantal tabaksdoden wordt berekend door uit te gaan van hoeveel procent van de bevolking rookt en hoeveel meer kans een roker heeft om vroegtijdig te overlijden dan een niet-roker.
Met het SimSmoke model kunnen voorspellingen worden gedaan over het percentage rokers en het aantal tabaksdoden onder verschillende beleidsscenario’s. Ook kunnen de effecten van bestaand beleid onderzocht worden door te modelleren wat het percentage rokers en het aantal tabaksdoden nu zou zijn als bepaalde maatregelen niet waren ingevoerd. Met het Nederlandse SimSmoke simulatie model kan gekeken worden naar de effecten van accijnsverhogingen, rookverboden, campagnes, marketingverboden, gezondheidswaarschuwingen, (vergoeding van) stoppen-met-rokenbehandeling en verkoopverboden aan jongeren.
Financiering: als onderdeel van het PPACTE Project
Samenwerking: Pacific Institute for Research and Evaluation, University of Baltimore
Meer informatie: SimSmoke Nederland
Contactpersoon: Gera Nagelhout
Rokers die ooit een depressie hebben gehad, kunnen moeilijker stoppen met roken. Dit komt doordat rokers die ooit depressief waren een groter risico hebben op herhaling van depressieve klachten als ze stoppen. Veel rokers gebruiken de sigaret namelijk als een vorm van ‘zelfmedicatie’ voor een betere stemming. Door het stoppen verdwijnt de mogelijkheid voor het onder controle houden van de stemming.
Rokers die willen stoppen met roken kunnen hier van STIVORO telefonische ondersteuning bij krijgen. In dit project wordt onderzocht hoe deze vorm van ondersteuning uitgebreid kan worden zodat ook mensen die bang zijn voor depressieve klachten als ze stoppen, goed geholpen kunnen worden. Hiertoe werden er aan de gebruikelijke telefonische counseling handvatten toegevoegd voor het onder controle houden van de stemming. Deze handvatten zijn uitgewerkt in een zelfhulpwerkmap en toegevoegd aan de gespreksprotocollen voor de telefonische counseling.
De handvatten in de werkmap zijn gestructureerde instructies om op cognitief gedragsmatige manier vaardigheden te oefenen om meer controle te krijgen over de stemming. Voor de gespreksprotocollen betekende dit het toevoegen van tips en huiswerkopdrachten uit de werkmap van de deelnemers.
485 rokers die ooit een depressie hebben gehad werden per toeval toegewezen aan de controle of experimentele groep. De controle groep kreeg de gebruikelijke telefonische counseling (8 gesprekken). De experimentele groep kreeg telefonische counseling met daaraan toegevoegd de handvatten voor het onder controle houden van je stemming, bestaande uit een zelfhulpwerkmap en aangepaste gespreksprotocollen voor de telefonische counseling. De telefonische counseling van de experimentele groep bestond uit 10 gesprekken en was qua inhoud hetzelfde als in de controle groep met als verschil de toevoeging van de handvatten voor het onder controle houden van je stemming.
De eerste resultaten laten zien dat het toevoegen van handvatten voor het onder controle houden van je stemming aan de telefonische counseling het stoppercentage verhoogt: stoppen met roken met behulp van de experimentele interventie geeft een bijna twee keer zo grote kans om na een jaar nog gestopt te zijn met roken dan stoppen met behulp van de controle interventie (OR 1,95; 95%CI 1,14 – 3,36). Opvallend is dat er geen significant verschil in depressieve symptomen tussen beide onderzoeksgroepen wordt gevonden.
De publicaties zijn in voorbereiding.
Financiering: ZonMw
Samenwerking: AIAR (prof. dr. G.Schippers), VU (Prof dr. P. Cuijpers en dr. F. Smit) en Trimbos Instituut
Meer informatie: beschrijving
Contactpersoon: Regina van der Meer
Een evaluatie van de effecten van een combinatie van beleidsmaatregelen en massamediale campagnes op stoppen met roken.
Gera Nagelhout, Marc Willemsen
Een aantal beleidsmaatregelen op het gebied van tabakspreventie zullen worden geïmplementeerd in Nederland tussen 2008 en 2011. Ten eerste een rookverbod in de horeca en een belastingverhoging op sigaretten per 1 juli 2008. Verder zijn er verschillende massamediale campagnes over roken gevoerd en wordt stoppen-met-rokenondersteuning sinds 1 januari 2011 vergoed.
Het is te verwachten dat deze maatregelen een effect hebben op stopgedrag van rokers. Het is echter onduidelijk welke invloed de maatregelen precies hebben, hoe deze maatregelen rokers precies beïnvloeden en of deze effecten hetzelfde zullen zijn voor verschillende subgroepen van rokers (met name rokers met een lager opleidingsniveau en verschillende leeftijdscategorieën). Het is belangrijk dat deze maatregelen uitgebreid geëvalueerd worden om concreet bewijs te leveren voor hun effectiviteit. Op deze manier kan de overheid toekomstige tabakspreventie beleidsmaatregelen baseren op hard bewijs.
In dit onderzoek worden de effecten van de beleidsmaatregelen op rookgedrag vastgesteld en de processen die deze verandering in rookgedrag veroorzaken, zowel voor de totale populatie rokers als voor subgroepen. Er zal een longitudinale steekproef van rokers gebruikt worden, gecombineerd met controle groepen (om test effecten te meten). Deze steekproef van rokers zal meewerken aan een vragenlijst in maart/april 2008, vóór de start van de massamediale campagnes en de introductie van de rookvrije horeca, en aan nog vier vragenlijsten: in november 2008, maart/april/mei 2009, mei/juni 2010 en mei/juni 2011.
Er zal gebruik worden gemaakt van een bestaande evaluatiestrategie die ontwikkeld is door het International Tobacco Control Policy Evaluation Project (ITC), een internationaal vergelijkende studie die de effecten van nationale tabakspreventie beleidsmaatregelen vaststelt en vergelijkt. De effecten die gevonden worden in de Nederlandse steekproef van rokers worden vergeleken met de steekproeven van andere Europese landen in dezelfde periode. Hierdoor kan er vastgesteld worden wat de verschillen in impact zijn van beleidsmaatregelen tussen landen en kan onderzocht worden of een combinatie van beleidsmaatregelen (bijvoorbeeld een rookverbod én een massamediale campagne) een groter effect heeft.
Financiering: ZonMw / STIVORO
Samenwerking: Universiteit Maastricht, Leiden Universitair Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam, Universiteit van Waterloo
Meer informatie: ITC Project; Netherlands National Report
Contactpersoon: Gera Nagelhout
Smoke Alert is een digitaal advies-op-maat voor jongeren van 14 t/m 18 jaar. Jongeren vullen een vragenlijst in waarna met één druk op de knop een persoonlijk advies gegenereerd wordt. Dit advies is samengesteld op basis van de gegeven antwoorden. Het advies kan onder meer tips bevatten om te stoppen met roken of om een sigaret af te slaan. Het advies kan uitgeprint of opgeslagen worden.
Smoke Alert is ontwikkeld en vervolgens op effectiviteit onderzocht door de Universiteit Maastricht. Uit dit onderzoek blijkt dat significant meer jongeren die het digitaal advies-op-maat ontvingen, stopten met roken dan de jongeren die geen advies-op-maat kregen (26,8% vs. 17,2%). Ook blijkt dat er significant minder jongeren begonnen met roken wanneer zij het digitaal advies-op-maat kregen, dan in de controlegroep (6,3% vs. 10,7%).
De onderzoeksversie van Smoke Alert is door STIVORO doorontwikkeld tot een webversie. Er zijn onder andere animatiefilmpjes toegevoegd en de vormgeving is vernieuwd. Deze webversie wordt momenteel op effectiviteit onderzocht. Daarbij wordt tevens nagegaan of Smoke Alert effectief is voor jongeren die jonger dan 14 jaar of ouder dan 18 jaar zijn. Tot slot wordt in kaart gebracht of de interventie naast vmbo-, havo- en vwo-leerlingen óók geschikt is voor leerlingen uit het praktijkonderwijs en mbo.
In mei/juni 2011 hebben ruim 6.000 leerlingen deelgenomen aan de baselinemeting. De helft van deze leerlingen heeft na afloop van de vragenlijst een persoonlijk advies ontvangen. De andere helft kreeg geen advies. In november 2011 krijgen de leerlingen per e-mail nogmaals enkele vragen over hun rookgedrag toegestuurd. Zo wordt duidelijk wat het effect van de webversie van Smoke Alert is.
Publicaties over dit onderzoek zullen in 2012 volgen.
Financiering: Ministerie van VWS
Samenwerking: Universiteit Maastricht
Meer informatie: Smoke Alert
Contactpersoon: Sanne de Josselin de Jong
