Hulpmiddelen voor stoppen met roken 2001-2009
Stoppen met roken is voor veel mensen moeilijk. Er zijn in Nederland verschillende hulpmiddelen en methoden beschikbaar die de kans kunnen vergroten dat een stoppoging lukt. Voorbeelden hiervan zijn: brochures, begeleiding door een arts, nicotinepleisters en medicijnen.
Het gebruik van hulpmiddelen is door de tijd heen veranderd. U leest hier wat er is veranderd en hoe het hulpmiddelengebruik er mogelijk in de toekomst uitziet.
Alle cijfers die hier genoemd worden, komen uit het Continu Onderzoek Rookgewoonten (volwassenen vanaf 15 jaar) dat TNS NIPO in opdracht van STIVORO uitvoert. Dit zijn de gegevens van 2001-2009.
Stoppogingen met of zonder hulpmiddel
66% van de personen die een stoppoging doen, gebruikt daarbij geen hulpmiddelen. Ze vertrouwen alleen op eigen wilskracht. Dit percentage is tussen 2001 en 2009 (gemiddeld) gelijk gebleven. 34% van de personen gebruikt wel een hulpmiddel bij hun stoppoging. Ook dit percentage is tussen 2001 en 2009 gelijk gebleven.



Het is wenselijk dat in de toekomst meer personen een effectief hulpmiddel gebruiken bij hun stoppoging. De kans dat de stoppoging lukt, kan daarmee wel twee tot vier keer groter zijn.

Verschillende soorten hulpmiddelen

Er zijn in Nederland verschillende hulpmiddelen beschikbaar. Ze kunnen verdeeld worden in: zelfhulpmaterialen, gedragsmatige interventies, nicotinevervangers, medicijnen en alternatieve hulpmiddelen.

Gebruik van effectieve en niet-effectieve hulpmiddelen
Van sommige methoden is in wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat ze de kans om definitief te stoppen met roken vergroten. Deze hulpmiddelen noemen we: effectieve hulpmiddelen. Van andere soorten hulpmiddelen bestaat (nog) geen overtuigend bewijs dat ze de kans op stoppen met roken vergroten. Deze hulpmiddelen noemen we: niet-effectieve hulpmiddelen.