
In Nederland roken meer mensen met een lage opleiding dan mensen met een hoge opleiding. Opleiding is een kenmerk van de sociale positie van een persoon, ook wel sociaaleconomische status (SES) genoemd. Omdat roken schadelijk voor de gezondheid is, ontstaan er als gevolg van roken gezondheidsachterstanden bij mensen met een lage SES.
U leest hier hoeveel laag, middelbaar en hoog opgeleiden rookten tussen 1988 en 2010. Ook laten we zien wat de sociaaleconomische verschillen zijn in stoppen met roken en wat er door de tijd heen is veranderd.
Alle cijfers die hier genoemd worden, komen uit het Continu Onderzoek Rookgewoonten (volwassenen vanaf 15 jaar) dat TNS NIPO in opdracht van STIVORO uitvoert. Dit zijn de gegevens van 1988-2010.
Naast dat laag opgeleide Nederlanders vaker rokers zijn, roken laag opgeleide rokers ook vaker shag dan hoger opgeleide rokers. Dit is onwenselijk, omdat het roken van shag schadelijker is dan het roken van sigaretten. Ook het sociaaleconomische verschil in shag roken is in de afgelopen jaren toegenomen.
Hoog opgeleiden roken gemiddeld minder sigaretten/shagjes per dag dan laag opgeleiden. Personen die minder roken, zijn over het algemeen minder verslaafd aan tabak en kunnen er daardoor makkelijker mee stoppen.
Hoog opgeleiden hebben ook meer zelfvertrouwen dat het ze lukt om succesvol te stoppen met roken dan laag opgeleiden. Hoe hoger het zelfvertrouwen, hoe groter de kans dat het lukt om helemaal te stoppen met roken.
